Van 1973 tot 1980 woonde ik in het kolossale, voormalige Jezuiëtenklooster in ’s-Heerenberg. Dertig jaar na mijn vertrek werd bekend dat paters Salesianen zich in de jaren ’50 tot ’70 schuldig hadden gemaakt aan seksueel misbruik van de jongens die in het Juvenaat van Don Rua verbleven. Het nieuws maakte herinneringen bij mij los aan de vele onverklaarbare ervaringen die ik in de nachtelijke uren heb beleefd. 


Op die herinneringen is “Uitgetreden” gebaseerd, een roman over een jongeman die zijn autoritaire vader wil overtreffen door priester te worden in de Sociëteit van Jezus. Al op de eerste dag in het klooster treedt hij uit zijn lichaam en ontmoet een entiteit die hem aanraadt om “met Barabbas het klooster uit te treden”. Tijdens een bedevaart te voet naar het nabije Kevelaer ziet hij niet alleen de mysterieuze spookgestalte, terug maar komen ook een aantal mensen op zijn pad die hem allemaal iets te vertellen of te geven hebben. Bij terugkomst in het klooster doet hij een schokkende ontdekking die hem doet besluiten de orde te verlaten, ondanks dat de nieuwe kloostervoogd hem waarschuwt voor de lange arm van de Jezuïeten. Eenmaal buiten de kloostermuren wordt hij opnieuw bezocht door de geheimzinnige spookfiguur en neemt hij een onvoorstelbare ‘daad van liefde’ op zijn schouders.


“Uitgetreden” is een roman voor mensen met belangstelling voor het bovennatuurlijke. De erin beschreven spirituele belevenissen zijn authentiek maar ik heb er nog altijd geen verklaring voor.