De in 1915 in Rotterdam geboren Leonard Uittenbogaard was vijf jaar mijn collega in de leiding van het fameuze ‘Gouden Handen ’s-Heerenberg’. Tot augustus 1978 werkten we eendrachtig samen. Ik was dan ook geschokt toen na mijn vakantie mijn privacy ernstig geschonden bleek en hij de verhouding op scherp zette. Het conflict leidde uiteindelijk tot mijn vertrek in september 1979. Gouden Handen was toen een populaire bestemming voor dagjesmensen met een bezoekersaantal van meer dan 200.000 per jaar. Zes jaar later was het verworden tot een occulte tempel waarvoor in dagbladen gewaarschuwd werd. Het betekende de doodsteek voor het succesvolle project. Bezoekers bleven weg en de financiële toestand was in 1990 dermate beroerd dat Uittenbogaard door het bestuur van de stichting uit zijn functie werd gezet. Vijf jaar later stierf hij verbitterd in zijn Haagse woning.


Na 40 jaar is het me gelukt om te achterhalen wie hij werkelijk was en wat zijn drijfveren waren, dankzij het internet. In “Een leven in drie werelden” beschrijf ik het leven van een man die medemenselijkheid als lijfspreuk had, maar wiens ego teveel in de weg zat. Achter zijn charme (zie foto) ging een duistere ziel schuil. Keer op keer pleegde hij verraad om er zelf beter van te worden. Zoals zijn breuk met paranormaal medium Jozef Rulof met wie hij in 1945 het genootschap “De Eeuw van Christus’ oprichtte (1947). Zijn missie om in de jaren ’50-’60 de onschuld van de dubbele gifmoordenaar John Opdam (de Berkelse arts) te bewijzen, die leidde tot einde van het familieblad Wereldkroniek in 1970. En zijn ijver om zich te profileren als ‘de grote man achter Gouden Handen’, terwijl het idee al uit 1949 stamde en hij er pas bij kwam toen het project in ’s-Heerenberg al negen maanden onderweg was (1974). Wat hij altijd zorgvuldig verborgen hield was het beroepsverbod dat hem in mei 1945 werd opgelegd vanwege collaboratie met de bezetter en het debacle met de uitgave van het boulevardblad Express, dat resulteerde in een jarenlange zenuwinzinking. Zijn laatste publicatie dateert van 1990. In een nieuwsbrief van de stichting Evolutie beschrijft hij zijn wanhopige worsteling met prostaatkanker.